Input kadernota 2019 Gezamenlijke commissievergadering 1 maart 2018

Gemeentebelang Meierijstad heeft de volgende uitgangspunten voor de kadernota en de begroting:

    • Mensen waarderen naar wat ze doen en hun loyaliteit aan de waarden van de samenleving. Niet naar leeftijd, geslacht, geaardheid, huidskleur, religie of herkomst.
    • Problemen aanpakken met oplossingen, niet met het zoeken naar schuldigen.
    • Meierijstad is een duurzame verdiengemeente voor iedereen: sociaal, economisch en duurzaam.

  • Mensen, zeker mensen met beperkingen, verdienen naast kansen ook solidariteit van bestuur en politiek.
  • Burgers verdienen aan de fusie: voorzieningen in de kernen worden beter, niet minder.
  • Burgers hebben een directe inbreng in het openbaar bestuur.
  • De kernen en wijken verdienen een directe ingang naar het gemeentebestuur via een eigen adviescommissie.
  • Belangrijke beslissingen worden in een lokaal referendum rechtstreeks aan de burgers voorgelegd.
  • Burgers worden goed geïnformeerd over wat speelt bij de gemeente.
  • Jonge inwoners en senioren verdienen extra aandacht om hun belangen meer aandacht te geven in het bestuur.
  • Rendementsdenken hoort niet in het openbaar bestuur thuis, het gaat om wat de mensen echt nodig hebben.Gemeentebelang Meierijstad wil zich richten op beleidsterreinen die liggen binnen de competenties van de gemeente, waar we ook echt invloed uit kunnen oefenen. Landelijke politiek items niet nablaten. Concentreren op concrete maatregelen waar onze burgers direct profijt van hebben. Enkele voorbeelden van zulke concrete maatregelen zijn het Sportpark De Neul en de renovatie van zwembad De Neul in Sint-Oedenrode, het Omnisportpark en een rondweg in Erp, een wijkcentrum in de buurten Boschweg en bloemenwijk te Schijndel, oplossing van de verkeersproblemen in Veghel (Rembrandtlaan, ontsluiting bedrijfsterreinen, huurwoningen in de sociale sector, bouwmogelijkheden voor eigen woningen.In de kleine kernen kan Meierijstad de bestuurlijke moed tonen door een soepel ruimtelijk beleid, wanneer inwoners binnen of direct grenzend aan de bebouwde kom zelf woningen willen (laten) bouwen. Soepel in die zin dat daar gewoon bij voorbaat toestemming voor wordt gegeven wanneer de initiatiefnemer de plankosten voor zijn rekening neemt.De gemeente dient zelf initiatief te nemen om de wachtlijsten voor sociale huurwoningen te verkorten. De woningbouwverenigingen hebben daar de afgelopen decennia in gefaald. Veel jongeren hebben daardoor niet in de eigen omgeving een start op de woningmarkt kunnen maken. Prestatieafspraken met woningcorporaties dienen te worden geformuleerd in de vorm van een doelstelling om de wachtlijsten binnen twee jaar op te lossen. Het nakomen van afspraken dient te worden getoetst aan de lengte van de wachtlijsten. Lukt het niet om dergelijke afspraken te maken dan nagaan of andere woningcorporaties of andere investeerders in huurwoningen het probleem van de wachtlijsten op kunnen oplossen/verminderen. Bij de huidige lage rentestand kan ook de gemeente zelf woningen bouwen. Er dienen geen concessies te worden gedaan aan de kwaliteit van sociale woningbouw. De landelijke aanpak van het zogenaamde “scheef wonen” is geen oplossing. Immers veel mensen vinden het uitermate plezierig om goedkoop te wonen en daardoor bestedingsmogelijkheden te houden voor andere zaken en activiteiten. Er moeten gewoon meer betaalbare woningen komen. Wanneer dat in de huidige structuur niet mogelijk is, kunnen ook onconventionele alternatieven te worden beproefd.

Gemeentebelang Meierijstad staat kritisch ten opzichte van de huidige omvang van de bestedingen aan Agrifood Capital en evenementen als We are Food. Deze middelen kunnen beter besteed worden aan voorzieningen die de inwoners direct van nut zijn en die de mensen echt nodig hebben.

Het financiële beleid van Meierijstad dient er op gericht te zijn om in tijden van economische voorspoed geld over te houden. Nu worden tekorten begroot in een tijd van economische groei. Wanneer het economische tij keert kunnen problemen ontstaan.

Het beleid voor midden- en kleinbedrijf dient gericht te zijn op het bevorderen van concurrentie. Dit in het directe belang van de inwoners. Dat houdt het bedrijfsleven alert, geeft nieuwkomers kansen, maakt dynamiek in het winkelbestand mogelijk en brengt voor de inwoners een lager prijsniveau. Zo rekenen supermarkten hogere prijzen naarmate er minder concurrentie in de directe omgeving is. Het inperken van winkelgebieden is zodoende niet de eerste keuze. De gemeente dient daar geen substantiële bedragen aan te besteden. De ontwikkelingen in de detailhandel zijn voor de gemeente niet te beïnvloeden. Dit zijn risico’s die voor rekening van de ondernemers horen te blijven. Het welvaren van een winkelgebied is een verantwoordelijkheid van de eigenaren van de winkelpanden. Die verantwoordelijkheid gaat verder dan het eigen perceel. Een florerend winkelgebied vergt ook bemoeienis van de direct belanghebbenden (eigenaren en huurders) met de openbare ruimte. De gemeente kan in voorwaardenscheppende sfeer wat betekenen. Daartoe behoren ook inspanningen om ondernemers op een lijn te krijgen waar het gaat om een algemeen belang (voldoende concurrentie, werkgelegenheid, inkomensvorming). Het ondernemersrisico hoort, evenals de goede kansen van het ondernemen, bij de ondernemers, niet bij de gemeente. Daar waar de voor de consument wenselijke concurrentie tussen aanbieders van winkelpanden en concurrentie in de detailhandelssector absoluut niet aangetast kunnen worden, kan de gemeente wellicht enige inperking van het winkelgebied faciliteren. Er dient echter voldoende ruimte te blijven voor de vestiging van nieuwkomers en starters. Die zijn noodzakelijkerwijs aangewezen op goedkopere panden in de marge van het centrumgebied. Enige overcapaciteit in het aanbod van winkelruimte drukt de huurprijzen en biedt zodoende ook kansen.

De kracht van Meierijstad ligt in de werkmentaliteit en ruimtelijke structuur van een plattelandsgemeente, in de nabijheid van vier grotere steden met alle (dure) stedelijke voorzieningen (hoger onderwijs, schouwburg, musea, voorzieningen voor topsport, etc.) beschikbaar. Meierijstad heeft relatief goedkope ruimte voor economische ontwikkelingen, een uitstekende bereikbaarheid en een goed opgeleide bevolking met een werkmentaliteit. Deze sterke punten dienen te worden uitgebuit en uitgebreid. Dat gebiedt terughoudendheid bij het realiseren van te dure grootstedelijke voorzieningen en alertheid bij het handhaven van de concurrentiepositie op het gebied van bedrijfshuisvesting en bereikbaarheid. Het economisch succes van Meierijstad is afhankelijk van de concurrentiepositie ten opzichte van Den Bosch, Eindhoven, Oss, Uden en Helmond. “Sjanghai en San Francisco” zijn voor Meierijstad geen concurrent, misschien wel een kans. Enige investering in nationaal en internationaal netwerken past daar bij. Gemeentebelang ziet daarvoor in eerste instantie een taak voor de burgemeester.

Gemeentebelang Meierijstad ziet Airport Eindhoven als een economische turbo voor de hele regio. De groei van de luchthaven dient positief te worden bejegend. Hoewel op dit moment niet opportuun, hoort Meierijstad in overleg te gaan met buurgemeente Uden om, bij gelegenheid, de huidige luchtmachtbasis Volkel ook voor de burgerluchtvaart in te zetten. Meierijstad hoort in overleg te gaan met Son en Breugel om, voor het geval van verdergaande gemeentelijke herindeling, de optie van fusie met Meierijstad bespreekbaar te maken en te houden. Dit versterkt de positie van Meierijstad als “dorpenstad” tussen vier grotere steden, ten voordele van alle samenstellende dorpen.

Gemeentebelang Meierijstad acht aansluiting op het spoorwegnet van belang voor de economische infrastructuur en voor personenvervoer. Te voorzien is dat wegen verder vollopen. Uit oogpunt van duurzaamheid is spoorvervoer een aanvullend alternatief op verdere optimalisering van wegverbindingen. Het spoor is ook een alternatief voor vervoer over water wanneer daar stremmingen optreden en een concurrerende modaliteit.

We sluiten af met het eerste uitgangspunt van Gemeentebelang Meierijstad:

Mensen waarderen naar wat ze doen en hun loyaliteit aan de waarden van de samenleving. Niet naar leeftijd, geslacht, geaardheid, huidskleur, religie of herkomst.